Kengetallen

Enkele cijfers

Per jaar worden in Nederland gemiddeld zo'n 300 kinderen en jongeren tussen nul en zeventien jaar tijdelijk opgenomen in een revalidatiecentrum.
Gemiddeld worden jaarlijks 9.000 kinderen poliklinisch behandeld in een revalidatiecentrum of op een revalidatieafdeling van een ziekenhuis.

 

Aantal leerlingen met indicatie in onderwijs 

Schooljaar 2012-2013                  
                   
  cluster 1 2 3 4 totaal 1 t/m 4   % van basispopulatie
% van basispopulatie
rugzakjes BaO   853 4.337 4.576 7.524 17.290   1,0  
rugzakjes SBO   59 402 811 1.873 3.145   0,2  
leerlingen in SO   352 6.828 12.099 12.998 32.277   2,1  
leerlingen 4-12 jaar met indicatie lvc             52.712   3,3
rugzakjes VO   477 1.717 3.781 14.834 20.809   2,1  
leerlingen VSO   380 2.343 14.414 19.485 36.622   3,6  
leerlingen 13-18 jaar met indicatie lvc             57.431   5,7
totaal aantal leerlingen met indicatie lvc             110.143    
                   
leerlingen SBO excl. ll. met rugzakje           36.784   2,3  
leerlingen Lwoo           103.634   10,6  
leerlingen PRO           27.590   2,8  
                   
totaal aantal leerlingen 4-12 jaar           1.570.079      
totaal aantal leerlingen 13-18  jaar           1.006.281      
                   
                   
leerlingen 4-12 jaar met extra ondersteuning
(=indicatie lvc + sbo)
          89.496   5,7  
leerlingen 13-18 jaar met extra ondersteuning
(=indicatie lvc + lwoo + pro)
          183.433   18,2  

 

bron: Kengetallen Passend Onderwijs (Kohnstamm Instituut/ECPO, 2013)

 

Aantal kinderen met handicap

 

In 2012 zijn er in totaal 68.288 kinderen met een handicap (0-18 jaar):

  • 19.859 kinderen met een lichamelijke handicap,
  • 44.849 kinderen met een verstandelijke handicap
  • 10.164 kinderen met een zintuiglijke handicap
  • 6.564 kinderen met meervoudige handicaps (zij vallen in meerdere categorieën, voornamelijk lichamelijke en verstandelijke handicap)

Van de kinderen met een lichamelijke handicap is 44% meisje en 56% jongen.

 

Het aantal gerapporteerde kinderen met lichamelijke handicaps laat het volgende beeld zien:

  • een zeer sterke stijging na het eerste levensjaar (waarschijnlijk omdat veel lichamelijke handicaps niet direct na de geboorte zichtbaar zijn of tot beperkingen leiden waarvoor voorzieningen noodzakelijk zijn).
  • in het tweede levensjaar ruim drie keer zoveel kinderen met een lichamelijke handicap als in het eerste levensjaar.
  • daarna neemt het aantal kinderen met een lichamelijke handicap geleidelijk af (waarschijnlijk omdat de voorzieningen die deze kinderen nodig hebben voor een deel van de kinderen niet (meer) noodzakelijk zijn; dus niet omdat de handicaps verdwijnen).
  • kinderen met een lichamelijke handicap maken minder gebruikmaken van AWBZ-voorzieningen of specialistische zorg naarmate ze ouder worden (daarmee blijft de handicap natuurlijk wel bestaan bij deze kinderen, alleen zien we ze niet meer terug in de registratie).

bron: Kinderen met een handicap in Tel. Kerngegevens per provincie, gemeente en wijk (Verwey-Jonker Instituut Utrecht, september 2013)

 

Aantal kinderen met lg/mg indicatie in het onderwijs

 

teldatum aantal leerlingen op mytyl- en tyltylscholen aantal leerlingen met rugzakje die vanuit mytyl/tyltyl ambulant worden begeleid totaal aantal leerlingen met lg/mg indicatie
lichamelijke handicap (lg) meervoudige handicap (mg) totaal
SO VSO
2006 1.409 1.218 3.300 5.927 4.724 10.651
2007 1.354 1.337 3.452 6.143 5.178 11.321
2008 1.488 1.437 3.229 6.154 5.518 11.672
2009 1.427 1.407 3.395 6.229 5.759 11.988

 

bron: LVC monitor (LVC, februari 2010)

 

MEE Trend- en signaleringsrapportage 2014


Het doel van de Trend- en signaleringsrapportage is het bundelen van de regio-overstijgende signalen die de 22 MEE-organisaties in ons hele land hebben gemeld. Hierdoor ontstaat een actueel beeld van knelpunten en belemmeringen die mensen met een beperking ervaren, maar ook van kansen en mogelijkheden voor verbetering. Na een beschrijving van algemene trends en actuele ontwikkelingen volgen de bij MEE gemelde signalen, algemeen en per leefgebied. Afgerond wordt met een aantal aanbevelingen op basis van de gesignaleerde knelpunten, bedoeld voor de Rijksoverheid, uitvoeringsinstanties, gemeenten en andere belangrijke actoren in het sociaal domein.

 

Trend- en signaleringsrapportage 2014 MEE (pdf)